Dag 20 - Vrijdag - Van Loen naar Loen


De wekker gaat..Even later.. de wekker gaat.. Weer even later gaat de wekker weer. Het is niet precies bekend bij de hoeveelste poging van onze wekker we wakker worden, maar het is zeker al vrij laat. Daarnaast kost het ook nog veel te veel tijd om alles klaar te zoeken, voor de wandeling. Ik zie de Skåla piek al aan mij voorbij gaan. Volgens de boekjes is het 5 uren heen en 3 uur terug. Daar moeten we zeker een uur bij op tellen voor zowel de heen als de terugreis. Het weer ziet er echter prachtig uit, de zon schijnt en het is praktisch windstil. Het water van het meer toont een bijna perfecte spiegeling van de bergen en de witte wolkenrandjes. We weten ook nog een wandelkaart op te sporen bij het winkeltje bij de receptie. We krijgen ook nog het advies mee om niet het pad vanaf de camping te volgen voor het eerste stuk, maar een pad even verderop te volgen, welke minder modderig zou zijn.
En dus stappen we in de auto en rijden 3 km terug waar we de auto parkeren. Het is inmiddels na 12 uur, zodat de piek, waar een ronde toren staat, al niet meer haalbaar is. Vanaf de toren zou men een magnifiek uitzicht hebben over de Skålabreen (gletsjer) en misschien zelfs ook wel de Jostedalbreen zelf. Het eerste stuk voert over een breed pad waar met de trekker nog enige sporen zijn getrokken. Hierdoor is het pad juist erg modderig. We weten de ergste modder te ontwijken en vorderen gestaag. De zon maakt het inmiddels al zo warm dat de jas gewoon uit kan. Wel begint het gebruikelijke omhoogloop gemopper al te komen achter mij. Om een gegeven moment moeten we het brede pad verlaten en trekken we iets stijler het bos in over een smal pad. Hier is het echter veel beter lopen aangezien er geen trekker sporen zijn die alles modderig maken. Wel is het natuurlijk vermoeiender zodat het gemopper iets aanzweld. Nadat we ongeveer 250 meter geklommen zijn komen we een waterval tegen. Deze gaat gelijk even op de foto. Er is een plekje zonder bomen zodat de waterval goed te zien is. Op dat moment komen een stel van drie mensen ons achterop en maken ook wat foto's. We laten ze voorgaan aangezien ze waarschijnlijk toch sneller omhoog lopen.
Het pad voert verder door het bos langs de waterval omhoog. We maken de afspraak dat we zullen rusten als we op 750 meter zitten. Als we iets verder zijn zien we het stel van drie bij de splitsing naar het pad dat vanaf de camping loopt, zitten om te rusten. Wij gaan echter wel even door omdat we nog een heel eind moeten. Het stel komt ons al snel weer voorbij en geven ons nog even moed door te zeggen dat het nog maar eventjes naar boven is. Ja, dat weten wij ook, volgens de kaart zijn we nog maar op 20%. Wij stoppen iets verder ook even, bij een kleine open plek. Het stikt er van de dikke vliegen zodat we niet lang blijven. Volgens de GPS zitten we net over de 500 meter hoogte.
Het pad loopt nog steeds langs het riviertje dat de waterval heeft gemaakt. Af en toe krijgen we een blik op het dal en zien we dat we al een flinke hoogte ten opzichte van het dal hebben. Al weten we uit ervaring dat dit heel erg wordt vertekend. We komen nu langzaam boven de bomengrens uit. We zien alleen nog maar kleinere boompjes en struiken. Op een bepaald punt zien we dat de rivier zich splitst, of beter gezegt twee riviertjes voegen zich samen. Ook zien we de zijkant van de bergrug waar de piek in ligt al liggen, natuurlijk weer bedekt met een laagje poedersuiker. We vervolgen echter nog steeds dezelfde route langs de hoofdrivier. Na een tijdje parallel aan het riviertje gelopen te hebben gaat ons drinken wel erg hard. We vullen daarom onze flessen in de rivier. Het pad steekt nu het riviertje over en klimt langs de andere berghelling omhoog.
We zien bovenaan tussen twee pieken een plateau waar we volgens de kaart heen moeten. We lopen ondertussen tussen de rotsen door, maar ook nog steeds met struiken en kleine boompjes. We zien zelfs varens hier en daar. Als we nog hoger komen blijft alleen het mos en gras nog over. We krijgen nu wel een erg mooi overzicht al over het dal waar we zijn vertrokken. We stoppen nu regelmatig even om op adem te komen. We zitten nu op zo'n 800 meter hoogte, maar de klok geeft ook aan dat het al drie uur is geweest. We moeten rekening houden met een terugtocht van drie uur vanaf dit punt zodat we op zijn laatst op 5 uur weer terug moeten. Het weer blijft echter fantastisch meewerken.
We vervolgen langzaam onze tocht bij de berghelling omhoog. We komen nog een stel van 4 mensen tegen die naar beneden aan het lopen zijn. De bergrug is nu heel goed zichtbaar. Als we op een hoogte van bijna 1000 meter even rusten horen we een vliegtuigje. Even later zien we deze als een kleine mug in het dal vliegen. Het vliegtuigje vliegt het dal in waar wij omhooggeklommen zijn. Hij zit lager dan ons zodat we het vliegtuigje van boven zien. Dan maakt het vliegtuigje een draai in het dal en lijkt het alsof deze recht tegen de berg aan wil vliegen. We houden zelfs onze adem even in, maar hij maakt een mooie draai en keert terug. Verder mag het vliegtuigje ook niet aangezien de berg waar wij op lopen natuurpark is, net zoals het hele jostedalbreen gebied. En dat betekend geen motorisch aangedreven voertuigen. Tijdens onze rust periode komen er nog twee mensen de berg af wandelen.
Ook wij gaan weer verder, de berg op dan wel. Niet veel later komen we plukken sneeuw links en rechts van ons tegen, en al snel is het landschap erg wit. Het is een surrealistisch landschap van stenen die net boven de sneeuw uitsteken. Het pad loopt (nog) sneeuwvrij verder. We zijn dus nu de sneeuwgrens, zoals deze nu in deze tijd van het jaar ligt, gepasseerd. Als snel wordt de sneeuw dikker en lopen we echt over de sneeuw. We volgen de voetstappen van onze voorgangers nauwkeurig. Achter ons komen twee mensen zeer snel ons inhalen. Als we op een grote rots even halt houden halen ze ons in. Het blijkt een meisje van nog geen 14 jaar te zijn met waarschijnlijk haar vader. Die vraagt ons in het engels of we naar de top gaan. Ik leg hun uit dat die niet meer haalbaar is aangezien het nog zeker 2 uren lopen is. En dat we eigenlijk van plan waren terug te gaan.
Hij verteld dat zij dat ook van plan zijn en is waarschijnlijk blij dat we het nu ook gezegd hebben zodat hij wat steun naar zijn dochter zou hebben. Het blijkt dat ze de berg in nog geen twee uren hebben beklommen en dat de dochter daar toch wel een beetje de aanleiding voor was. We maken nog een praatje met de man, die uit engeland komt en hier ook op vakantie is. Daarna gaan wij weer op de terugweg. We zijn nog waar net onder de sneeuwgrens of de twee komen ons alweer voorbij stuifen. De terugtocht gaat voorspoedig en al snel zitten we weer bij het riviertje. Dan wordt het moeizamer, zoals altijd beginnen de spieren lekker tegen te werken bij het naar beneden lopen. En natuurlijk gaat die vervelende knie ook weer zeer doen bij een bepaalde draai van de voet. Uit ervaring weet ik dat het bij elke stap zeer gaat doen als ik bijna beneden ben. Elke jaar neem ik mij weer voor om de knie eens van tevoren te trainen, maar dat blijft er dus altijd bij.
Ook op de terugweg maken we af en toe nog foto's en stoppen we af en toe om de spieren wat rust te gunnen. Vooral het laatste stuk is erg zwaar, al is de conditie best nog op pijl. Als we bij de auto aankomen zijn inmiddels alle spieren in opstand gekomen. Maar daar draait het toch een beetje om op zo'n tocht. Met onze conditie zou het niet normaal zijn als we de spiertjes niet zouden voelen. Toch blijft het jammer dat we de piek niet hebben gehaalt, al hadden we misschien onze slaapzakken mee moeten nemen. In de toren kun je namelijk overnachten. Dat is dan voor de volgende keer. We hebben op deze tocht in ieder geval de 1200 meter gehaalt, en dat is qua hoogteverschil toch wel het meeste dat we hebben gedaan tot nu toe.
Nadat we de 3 km naar onze cabin teruggereden zijn doen we niet zoveel meer. Het is een heldere avond, en de sterren staan aan de hemel. Al zien we er niet zoveel als zou kunnen. Daarna is het snel wat eten en natuurlijk slapen.