Dag 18 - Woensdag - Van Namsos naar Oppdal


Deze ochtend worden we niet wakker gemaakt door de wekker maar door iets anders dat lawaai maakt. Het klikt als regen, maar dan af en toe een drup, die met een harde knal op het dak terecht komt. Al snel hebben we door dat het denneappels zijn die uit de bomen vallen en als bommen op het dakje van de cabin terecht komen. Ook zien we buiten de eekhoornjes elkaar achter nazitten en bijzonder eigenwijs heen en weer te rennen. Ook staat er naast de cabin een megapaddestoel die ik gisteren in het donker maar net mis ben gelopen. We werken het gebruikelijke ritueel af terwijl er zowaar ook nog een vliegtuigje land en 10 minuten later gelijk weer opstijgt. Het vliegveldje wordt dan toch gebruikt.
We zijn nog maar net op weg en de regen begint al. Dat ziet er dus niet goed uit. We rijden deze keer langs Trondheim waar we even willen kijken bij de kathedraal en misschien nog wat kleine bezienswaardigheden. Verder zien we wel wat we onderweg tegenkomen. Naast de mooie natuur dan, want die blijft gewoon onverschrokken aan ons voorbij trekken. We hebben het idee dat de bergen iets minder hoog zijn, maar het kan ook zijn dat ze iets verder uit elkaar staan.
Het eerste dat we tegengekomen is een bordje waarop staat vermeld dat er een kerk-ruine te bezichtigen is. Het is 4 km van de weg af, en dat kan er nog wel vanaf. De weg naar de kerkruine gaat wederom over kleine zandwegen, met af en toe redelijke kuilen in het wegdek. We rijden zo wel echt het landschap in, zodat we nu echt goed zien dat de bergen hier toch wat uitgestrekter zijn, wat gelijk te merken is aan de hoeveelheid dat voor de agrarische sector is geclaimed. We komen uit bij een parkeerplaatje naast de ruine, wat de naam ruine inderdaad verdient. Het is niet veel meer dan een bultje stenen, en aangezien het nog steeds een beetje regent gaan we snel weer verder.
Dan komen we een bordje tegen waarop ook iets bezienswaardigs staat aangegeven, maar we weten echt niet wat het zou moeten zijn. Maar ook deze volgen we gewoon, deze keer naar het fjord. We zien daar in het water, op een eilandje wel een soort kasteel ruine liggen, al is het moeilijk te zien van een afstand. Inderdaad gaat de weg daar wel heen. Onderweg moeten we nog stoppen omdat er een eigenwijze haan midden op de weg staat, die echt niet van plan is aan de kant te gaan. En dus manouvreren we er een beetje moeilijk omheen. We zijn al veel dingen op de weg tegengekomen, maar deze haan slaat toch wel alles. Aan de waterkant is een parkeerplaatsje waar een hokje bijstaat, waar echter niemand in zit. Er wordt gevraagd om 20 kronen in een zakje te doen als je hier parkeert, wat we dus maar doen.
Dan lopen we via een stijger naar het eiland, waar de ruine op ligt. We zien dat een van de grote ronde torens goed bewaard is gebleven, of goed gerestaureerd. Als we om het kasteel heen lopen zien we dat we niet naar binnen kunnen omdat ze wegens de restauratie alles dicht hebben gemaakt. We lopen ook de andere kant nog even op, in de hoop daar een ingang te vinden. Het is echter tevergeefs. We krijgen wel een indruk van hoe groot de ruine is, en van de bordjes die erbij staan weten we dat het een 17 eeuws verdedigingsslot is geweest. Maar we kunnen er nu weinig van zien. Aangezien we dit het geld niet waard vinden halen we ook onze 20 kronen weer terug.
We vervolgen onze weg naar Trondheim via natuurlijk de E6. Het regent nog steeds af en toe, en als het niet regent is er wel zoveel stuif water van de weg dat het lijkt alsof het regent. Het duurt echter niet lang voordat we in Trondheim belanden, waar we met behulp van de stadsplattegrond proberen uit te vissen waar we het beste de auto neer kunnen zetten. We kiezen een parkeerplaats die het meest gunstig ligt om de kathedraal te bezichtigen. We mogen echter op het crusiale moment niet afslaan en moeten doorrijden over de brug. Daar proberen we te keren door af te slaan en de weg ergens weer op te draaien. Dit valt allemaal niet mee, maar toch lukt het op een gegeven moment. We weten nu wel dat de kaarten van TomTom ook behoorlijk achterhaalt zijn. Deze keer vinden we een parkeerplek vlak bij de kathedraal. De kathedraal is echt een inmens groot ding, met aan de voorkant rijen met nissen waarin beelden staan. Echt heel indrukwekkend. De kathedraal zelf is dicht aangezien we buiten het vakantieseizoen zijn. De souveniershop is echter wel open, waar we in ieder geval een aantal kaarten kunnen halen van de binnenkant. Naast de kathedraal zijn ook nog enige klooster gebouwen gevestigd wat zeker ook nog even leuk is om te zien. Daarna begeven we ons naar de auto om te kijken of we de vestiging kunnen bekijken die iets verderop ligt. We kiezen een route over een brug die echt mooi blijkt te zijn. Daarna moeten we stijl omhoog rijden. We stoppen echter even om wat foto's te maken. De zon breekt heel even door waar we natuurlijk gelijk gebruik van maken. Als we de stijle weg omhoog rijden zien we een soort apparaat wat in de weg is ingebouwd. Het blijkt een fietsenlift te zijn, waar je met een voet jezelf kan laten voortduwen omhoog de berg op. Aan de mensen te zien die het apparaat gebruiken, vergt dat wel enige oefening.
We kunnen bij de vesting zelf parkeren en snellen naar binnen om snel een foto met zonlicht te kunnen maken. Er dreigen alweer dikke wolken namelijk. We kunnen net twee foto's maken voordat die wolk het wint van de zon. Even later komt ook de regen weer. Het is een grote vesting gebouwt in traditionele bastion stijl. We kunnen alleen de buitenkant echter bekijken. Overal staan oude kanonnen, maar op een stukje staan 3 wat modernere kanonnen, waarschijnlijk uit de tweede wereldoorlog. Er is een klein restaurantje bij waar we onszelf weer warm proberen te maken met koffie en chocomel. Als we weer warm zijn bekijken we de rest van de vesting nog even en gaan daarna weer op weg.
Als we de stad uit zijn komen we weer op de E6 terecht. We hoeven niet zo ver meer te rijden naar Oppdal. De bergen worden ook weer iets hoger om ons heen. We zien witte kapjes op de bergen verschijnen. De bergen lijken net alsof ze in de poedersuiker zijn gedoopt, vandaar dat we die naam maar verder hanteren voor deze bergen. Ook de regen houdt het voor gezien zodat het laatste stukje redelijk aangenaam rijden wordt. Ons hotel ligt in Oppdal zelf, niet ver van de weg. We vinden hetn hotel zonder omwegen. Het hotel blijkt een erg groot hotel te zijn met ook vele conferentiezalen en dergelijke. Het ligt vlak naast het spoor en zelf vlak naast het treinstation. Van binnen is het hotel smaakvol ingericht. Als we ingechecked zijn en onze kamers inspecteren komen we tot de verassing dat onze kamer echt groot is en in dezelfde stijl ingericht. Met in dit geval zelf een hemelbed. Het moet al niet gekker worden. De badkamer is daartegen erg klein en ompraktisch. Ze hadden beter een stukje ruimte van de kamer af kunnen snoepen.
Nadat we de spullen in de kamer hebben gebracht en de auto op een betere plek hebben geparkeerd gaan we eten in een van de restaurants. We krijgen een menukaart in het Nederlands waar ook een klein verhaaltje van dit restaurant op staat. Het blijkt dat dit een stationsrestauratie is geweest waar reizigers tijdens een stop wat konden eten. Het is allemaal redelijk gezellig ingericht en de bediening is ook goed te noemen. Na onze maaltijd vinden het we het allemaal wel weer goed voor vandaag en gaan vrij snel naar bed.